Duurzaam delen groeit dankzij internettechnologie

Duurzaam delen groeit dankzij internettechnologie

Bedrijven die inspelen op de deeleconomie pakken het slim aan. Ze combineren deze langzaam opkomende trend met de technische mogelijkheden om een makelaarsfunctie te creëren in de vorm van een online platform. Tel uit je winst: je bouwt een mooi platform en je int een klein bedrag voor elk verhuur. En wij, de consumenten? Delen van je spullen kun je doen om nobele motieven, maar ook gewoon voor een extra zakcentje.

We lenen álles!

Vooral jongere generaties vinden materieel bezit steeds minder interessant en kiezen steeds vaker voor lenen van andere mensen in plaats van kopen van bedrijven. Natuurlijk lenen we al van oudsher boeken van de bibliotheek (om lekker te bingen) en ook een auto of scooter huren tijdens je vakantie is al vele jaren gemeengoed. Vakantiehuisjes gaan ook al langer mee maar Airbnb voor ieders ongebruikte zolderkamer is er pas sinds 2008. Maar relatief nieuw is het lenen van kleding, fietsen, auto’s en allerlei spullen die je maar één keer in zoveel tijd nodig hebt, zoals een hogedrukreiniger of een partytent. Het is ook nog nooit zo gemakkelijk om iets te lenen of uit te lenen.

Online platformen maken het ons gemakkelijk

Hoe pak je dat nou aan, als je iets wil lenen of iets uit te lenen hebt? Op die behoefte zijn online platformen ingesprongen. Denk aan bedrijven als Swapfiets, Snappcar, Peerby. Je meldt je er aan, en wat je wil lenen of uitlenen, heb je doorgaans met een paar klikken geregeld. Zelf heb ik al enige tijd ervaring met Peerby en onlangs ben ik gestart met het aanbieden van mijn auto via Snappcar. Voor die laatste waren trouwens nog wel meer dan een paar klikken nodig, maar daarover later meer.

Essentieel: gedeelde mindset en vertrouwen

In het algemeen geldt voor dit soort deelplatformen dat ze staan of vallen met twee elementen: een gedeelde mindset en vertrouwen. Als een platform te snel wil groeien, dan gaat het mis want het kost tijd om aan beide te werken. Het platform en haar gebruikers moeten vanuit een gezamenlijk uitgangspunt werken (bijvoorbeeld ‘wij vinden het fijn om te delen en daarmee een extraatje te verdienen’). Vertrouwen komt te voet en gaat te paard dus het is essentieel om ook daar zorgvuldig mee om te gaan. Denk aan: garanties inbouwen, zorgen voor beveiliging van gegevens, alles afdekken en de gebruikers van het platform checken op betrouwbaarheid. En natuurlijk: ons als gebruikers centraal stellen. Dat gaat niet altijd goed, blijkt uit het verhaal van een Swapfietser die dit jaar weer een eigen fiets heeft gekocht.

Belangeloos delen of geld verdienen?

Ik probeer steeds duurzamere keuzes te maken in mijn leven. Peerby heb ik al jaren als app op mijn telefoon. Ik leende eens een hogedrukreiniger en leende zelf een rugtas en campingtafel uit. Er gingen via Peerby geen bedragen over tafel. Tot een jaar of wat geleden toen je ineens ook geld kon verdienen aan het uitlenen van je spullen. Daarmee ging er voor mij een beetje van de charme af. Die rugzak ligt daar maar en als ik iemand daar nou blij mee maak, hoef ik daar toch geen geld voor? Een bedankje is meer dan genoeg! Het World Economic Forum constateert dat dit meer gebeurt in de deeleconomie:

The focus has shifted towards convenience, price and transactional efficiency: “community” as commodity.
Bron: WorldEconomic Forum

Maar goed, als je wil, kun je nog steeds lenen en uitlenen zonder transacties.

Case: ik deel mijn auto!

Ik zei al dat ik gestart ben met het uitlenen van mijn auto, via Snappcar. Met de gedachte dat het kan helpen bij het verminderen van het aantal auto’s op deze wereld. Mijn auto is nu acht jaar oud en heeft me een lieve duit gekost bij de aanschaf. Hij kost me in feite elke dag geld, of ik ‘m nu gebruik of niet (en ik gebruik ‘m eigenlijk erg weinig). Daarom vind ik het in dit geval wel fair om een bedrag te ontvangen voor het gebruik. Maar hoe vind ik betrouwbare, nette mensen die mijn auto wel willen gebruiken tegen een kleine vergoeding? Ik kwam uit bij Snappcar.

De kleine lettertjes lezen

Aanmelden bij Snappcar is zo gebeurd, maar voordat je daadwerkelijk aan de slag kan als verhuurder, moet je nog heel wat administratieve handelingen plegen. Zoals een kopie rijbewijs uploaden en geld storten. Vervolgens maak je je profiel in orde, bedenk je wat je wel en niet wil toestaan in je auto (bijvoorbeeld roken, kinderen of buitenlandbezoek) en upload je foto’s van je auto en de huidige schade. En dan is het wachten op je eerste verhuurder. Die liet na twee weken van zich horen en wilde zijn vrouw met mijn auto laten rijden. Ik kreeg dus gelijk te maken met een bijzonder geval waardoor ik me moest verdiepen in alle voorwaarden en regels van Snappcar – en dat zijn er behoorlijk wat. Dat schept vertrouwen, maar is ook uitzoekwerk en geeft toch onzekerheid. Want je weet ook dat zo’n bedrijf zich zo goed mogelijk indekt en jij in principe de sjaak bent als er iets misgaat. Dus nauwgezet aan de spelregels houden, kan ik je aanraden.

De kop is eraf

Vervolgens heb ik een afspraak voor sleuteloverdracht gemaakt. Dat komt er bij autodelen ook nog bij, van die praktische regeldingen. Bij die overdracht moet je in de app vervolgens de kilometerstand en het rijbewijsnummer van de verhuurder invoeren (‘inchecken’) en dan kan het verhuurfeest beginnen. De auto was door Snappcar verzekerd gedurende de huurperiode. De vrouw die mijn auto huurde, zag mijn zenuwen over mijn eerste verhuur en beloofde me zuinig met mijn auto om te gaan en mij een berichtje te sturen als hij weer veilig op zijn plek stond. Heel fijn! En het was superaardige vrouw, dat hielp ook. Uiteindelijk ging alles helemaal goed, ik kreeg van Snappcar wat geld op mijn rekening. De kop is er nu af. De volgende verhuur is vast minder spannend.

Bijdragen aan duurzame levensstijl

Alles heeft voor- en nadelen, ook deze nieuwe deeleconomie, geholpen door internettechnologie. Steeds meer mensen kiezen voor een duurzame levensstijl. Daar past de keuze om spullen te lenen en uit te lenen perfect bij in plaats van alles maar te kopen. Verder is er ook een financieel voordeel voor zowel de lener (het is goedkoper dan zelf iets te kopen) en de uitlener (een extra zakcentje terwijl het item al in je bezit is).

Nog te weinig controle en veel geregel

Nadelen zijn dat het nog een beetje het wilde westen is; de overheid heeft geen bemoeienis met initiatiefnemers, tot het moment dat ze wel moet. Zoals in het geval van Airbnb dat uit de hand dreigde te lopen in bijvoorbeeld Amsterdam. Ik merkte zelf dat ik de vertrouwenskwestie heel belangrijk vind en dit is nu pas een klein beetje gegroeid. Je moet je buren vertrouwen die jouw auto lenen (gaan ze geen overval plegen met jouw auto?), je moet de bemiddelaar vertrouwen dat ‘ie de afspraken nakomt (krijg ik schade vergoed?) en goed en veilig met jouw gegevens omgaat. En daarbij is het ook nog best een geregel, bijvoorbeeld om met de lener af te spreken voor ophalen en brengen.

Al met al blijf ik doorgaan met uitlenen van mijn auto via Snappcar en ik zal ook weer eens wat vaker in de Peerby-app kijken of ik iemand ergens mee kan helpen. Samen maken we de wereld een stukje mooier!

Bingen voor alles, ook boeken (?)

Bingen voor alles, ook boeken (?)

4–6 minuten leestijd

 

Bingen, sinds de komst van Netflix in Nederland, dé natte droom van elke uitgever. Oorspronkelijk voor het in één ruk uitkijken van series. Je ziet het B-woord nu ook opduiken voor lezen. Maar gaat dat werken?

Nog oorspronkelijker staat bingen voor je halfdood drinken of eten. Of netter gezegd: de onmatige consumptie van drank of voedsel.

Bingen door goede cliffhangers

Goede series zijn, als het goed is, verslavend. Met een cliffhanger aan het eind van elk deel. Dat geldt niet alleen voor tv-series maar ook voor boeken. Je neemt je voor om 1 aflevering te kijken of hoofdstuk te lezen. En voor je het weet, ben je een paar uur later bij aflevering of hoofdstuk zoveel. Dat is wat een knaller van een cliffhanger met ons doet. Je. moet. NU. weten. hoe. het. afloopt.

Als je wilt weten hoe het komt dat je steeds verder wilt kijken, lees dan Hooked van Nir Eyal (of een eerdere Weekly Mints waarin ik het proces kort beschreef). Dit is hét handboek voor hoe bedrijven als Netflix en Facebook je verslaafd (hooked) maken. Of hoe je van gebruik een gewoonte maakt. Dat klinkt wat aardiger dan verslaafd.

Hoe nieuw is bingen eigenlijk?

Vroeger heette bingen volgens mij ‘gewoon’ marathonkijken, dan sprak je af met vrienden om bij iemand thuis een aantal films achter elkaar te kijken. Volgens mij hoefde het niet eens een bepaalde serie te zijn. Of wat denk je van nog verder terug. Het feuilleton?

Meegaan in het ritme van de consument

Ook uitgevers van boeken hoor je er tegenwoordig over, deze heilige graal. De consument wil steeds sneller en meer (bingen dus) en daar moet je in meegaan. Meegaan in het ritme van de consument las ik laatst ergens. Voor de schrijvers, de makers (of zo je wilt: leveranciers) van de inhoud, lijkt mij dit een ondoenlijke klus. Meer dan één boek per jaar schrijven. #hoedan?

Verslingerd aan lezen

Van jongs af aan verslond ik al boeken. Daar zaten ook veel van dezelfde schrijvers tussen, of misschien wel van dezelfde uitgever (ik was lid van de Lemniscaatclub).

Dick Bruna voor de eerste ‘zelf lezen!’-boekjes. Daarna Evert Hartman, Thea Beckman, Jan Terlouw en Roald Dahl. Ik kon er geen genoeg van krijgen.

Nog later kwam Harry Potter, waarvoor ik zelfs een tentamen uitstelde. Ik moest namelijk weten hoe het afliep. Dit waren overigens allemaal boeken, series of niet, waarbij je geduldig moest wachten tot de volgende uitkwam.

Op dit moment ben ik verslingerd aan de thrillerserie van Angela Mason waarin Kim Stone de hoofdpersoon is. Het begon door een sneak preview op boekensite Hebban van de Nederlandse vertaling van het eerste boek uit de serie: Stille Schreeuw. En als je er dan achter komt dat de hele serie in het Engels voor weinig als ebook te koop is, tja….

Vrees dat ik zelf mijn hele lezende leven een binger ben, zonder het te weten.

Gaat bingen ons redden van de ontlezing?

Op KVBBoek zijn interessante cijfers te vinden over ons leesgedrag. Hoopvol vind ik dat 93% van de lezers tenminste 1 boek heeft gelezen in de afgelopen 12 maanden. Ook de leesfrequentie neemt toe. 33% van de lezers leest iedere dag een boek ten opzichte van 30% een jaar ervoor. En luisterboeken? Die worden zelfs populairder. Dat aantal steeg van 12% in 2017 naar 18% in 2019. En bijna de helft van de luisteraars is jonger dan 35. Hup voor het boek! Hou die stijgende lijn vast en zorg ervoor dat iedereen van lezen een gewoonte maakt. Maak heel Nederland verslaafd aan (luister)lezen.

Lezen is goed voor je!

De Stichting Collectieve Propaganda van het Nederlands Boek (CPNB) presenteerde in maart 2019 ‘De impact van het boek’. Een onderzoek, of studie zoals zij het zelf noemen, gedaan door drie bureaus in opdracht van KVB Boekwerk. Misschien een beetje in de categorie “Wij van WC-eend…”. Evengoed is het een positief en hoopvol rapport. Lezen is goed voor mens en samenleving. Amen.

Ze vatten de de studie zelf als volgt samen:

Lezers hebben een positiever zelfbeeld en zijn competentere werknemers. Lezen is goed voor de samenleving: lezers hebben minder vooroordelen en kijken meer om naar de ander. Boekhandels vergroten de leefbaarheid in hun buurt. Andere winkels profiteren van de iconische en culturele status van de boekhandel. De toegevoegde waarde van het boekenvak aan de Nederlandse economie is zo’n kwart miljard, met een omzet van een half miljard.

Nog ééntje dan

Een goede serie is nooit weg, of het nu een televisie- of boekenserie is. Je bent gewoon fan. Je wilt alles lezen en zien. Of dat nu het B-predicaat heeft of niet.

 

 

 

 

Photo by Skyler Gerald on Unsplash

Onze naïviteit online is voer voor datawolven

Onze naïviteit online is voer voor datawolven

3–5 minuten leestijd

 

We delen, in al onze naïviteit, wat af online. Ondertussen komen er steeds meer bedrijven bij die daar gretig gebruik/misbruik van maken: ik noem ze datawolven. Soms hebben ze schaapskleren aan en lijkt het allemaal prachtig en nobel, maar uiteindelijk erop uit om geld te verdienen met onze data. Wat zijn daar de risico’s van? Wat doet Europa ertegen?

We vinden het de normaalste zaak van de wereld: online foto’s van jezelf delen. Of dat nou foto’s van een bezoek aan vrienden is, vanaf je vakantieadres of een selfie omdat je haar vandaag fantastisch goed gelukt is. Je deelt die foto’s op social media, zodat al jouw vrienden en volgers je een like kunnen geven of reactie dat je haar inderdaad erg goed zit vandaag.

Ondertussen gaan technologische ontwikkelingen door en kunnen die foto’s wel eens op meer plekken terechtkomen dan je bij het plaatsen bedacht had. Het bedrijf Clearview AI heeft software ontwikkeld waarmee ze tot nu toe 3 miljard openbaar geplaatste foto’s van internet en met name socialmediakanalen hebben binnengehaald: een datawolf. Dikke kans dat jouw selfie daar ook bij zit. De vraag is: is dat erg?

Nobel bedrijf?

Op het eerste gezicht lijkt Clearview de beste intenties te hebben door het gebruik van hun database exclusief te verkopen aan een groot aantal politieorganisaties in de Verenigde Staten en Canada. Zo zou de database geholpen hebben bij het opsporen van slachtoffers van kindermisbruik en het oppakken van een terrorist. Dat klinkt als een nobel bedrijf! Op hun website lees je dat

‘Clearview helps to exonerate the innocent, identify victims of child sexual abuse and other crimes, and avoid eyewitness lineups that are prone to human error’.

Wie controleert?

Ondanks die goede intenties, wie controleert dit bedrijf dat met deze database veel macht in handen heeft? Dat hun software geen fouten maakt en daardoor onschuldigen de dupe worden? Dat ze die data niet stiekem ook doorverkopen aan commerciële partijen (Cambridge Analytica leek ook nobele motieven te hebben)? Dat ze hun data niet laten inzetten voor surveilleren in de publieke ruimte? Dat ze hun veiligheid goed op orde hebben zodat hackers niet bij de foto’s kunnen? Nou, niemand. Ik krijg hier Black Mirror-bibbers van!

In strijd met gebruiksvoorwaarden

Clearview zegt dat het hun recht is om openbare informatie van internet af te halen. Maar het blijkt in strijd met de gebruiksvoorwaarden van veel internetbedrijven, zoals Google, Twitter, LinkedIn en Facebook. Ze hebben het bedrijf dan ook via een (dwang)brief gevraagd om het verzamelen van foto’s te stoppen. De vraag is nu wat de volgende stap is van deze bedrijven doen als Clearview er niet mee stopt, waar het naar uitziet. Slepen ze Clearview voor de rechter? Zo ja, dan denkt de CEO van Clearview het recht aan zijn kant te hebben.

Het recht op vergetelheid?

Eenmaal geposte en bij Clearview verzamelde foto’s verdwijnen niet uit het systeem als jij je foto van je profiel verwijdert. Het bedrijf zegt nu te werken aan een tool waarmee je een verzoek kunt indienen om jouw foto te laten verwijderen. Ja, ja. Je privacy is van geen belang voor dit bedrijf en dat is niet cool.

Ook Europese landen hebben interesse

Nobel gedrag van een bedrijf gaat vaak maar tot zover; uiteindelijk moet er natuurlijk ook geld verdiend worden. Er lijken aanwijzingen te zijn dat Clearview ook contacten heeft met landen als de Verenigde Arabische Emiraten, Qatar en Singapore. Nou niet per se landen die privacy van burgers hoog in het vaandel hebben. Ook Nederland komt in het lijstje landen voor waar het bedrijf contact mee heeft. En dat terwijl we in Europa toch relatief strenge privacywetgeving hebben met de GDPR. Hoe kan dit?

Europa vecht terug, maar langzaam

Doet Europa niks tegen dit soort praktijken? Jawel, maar dat gaat natuurlijk niet in een moordend tempo. Er schijnt een document in de maak te zijn waarin de Europese Commissie gezichtsherkenning in de publieke ruimte voor de komende drie tot vijf jaar verbiedt, zodat er ondertussen een goede methodiek kan worden ontwikkeld om de impact van deze technologie in te schatten en mogelijke risicomaatregelen genomen kunnen worden. Heel mooi, maar ondertussen maken al veel landen gebruik van gezichtsherkenning en loopt Europa dus achter de feiten aan.

Ondertussen kan het voor jou geen kwaad om goed te bedenken wat je deelt online. Voor je het weet gaan datawolven ermee aan de haal!

Blockchain: de technologie die onze privacy gaat redden

Blockchain: de technologie die onze privacy gaat redden

Blockchaintechnologie: langzaamaan sijpelt het woord binnen in onze alledaagse levens. Steeds vaker komt het onderwerp voorbij op de mainstreamtelevisie. In de Savvy Ladies-podcast over de Nieuwe Waarheid kwam het onderwerp ter sprake dus tijd voor uitleg.

Misschien heb je het net als ik nog meegemaakt: de intrede van het Internet (toen nog met hoofdletter) in ons leven (vanaf 1993). Voortaan was contact met mensen over de hele wereld in een muisklik geregeld. ICQ, IRC, wie die afkortingen iets zegt, is minstens even oud als ik.

‘Je maakt er gewoon gebruik van’

Maar ga er maar eens aanstaan om iemand uit te leggen wat internet precies is. Iets met aan elkaar verbonden computers en servers enzo. Niet te doen. Want wij merken alleen dát het er is. Je maakt er gewoon gebruik van. Jongeren van nu die zijn geboren in het internettijdperk weten niet beter of er is internet. Ik denk niet dat zij heel lang nadenken over hoe het werkt.

Betrouwbaar informatie uitwisselen

En nu is blockchaintechnologie in opmars. Dat is net zo goed niet gemakkelijk uit te leggen, al doen sommige mensen wel een poging (hier een 1-minuutfilmpje). In dit blog leg ik uit wat het is aan de hand van wat je kunt met blockchaintechnologie. Het resultaat is namelijk dat je betrouwbaar informatie kunt uitwisselen. De informatie die we via dit systeem uitwisselen, is openbaar in te zien, maar dan wel versleuteld. In plaats van centrale controle-instanties van bijvoorbeeld de overheid, controleert een gigantische zwerm aan computers samen het systeem op correctheid. Wij zijn samen het sterke netwerk, gedecentraliseerd en zonder sturing van bovenaf.

Oké, dat klinkt misschien nog wat vaag. Daarom een paar voorbeelden van hoe je blockchaintechnologie kunt gebruiken. Wil je nog meer voorbeelden? Lees dan het artikel van NOS op 3 over blockchain: over het ruilen van energie, verkoop van concertkaartjes en investeren en verhuren van huizen.

Wissel zorginformatie uit

Een al verder uitgewerkt voorbeeld is Mijn Zorg Log. Zorginstituut Nederland heeft een app ontwikkeld waarmee via blockchaintechnologie gegevens uitgewisseld worden tussen patiënt en zorgverleners. Daarbij heeft de patiënt zeggenschap over wie welke gegevens te zien krijgt. Het is nog maar een pilot, maar wel veelbelovend!

Identificeer de vluchteling

Vluchtelingen die zonder identiteitspapieren hun land ontvluchten, zijn lastig te registreren in het land waar ze asiel aanvragen. Via het blockchainsysteem kun je een nieuwe identiteit aanmaken waarmee ze toch een bankrekening kunnen openen en een leven kunnen opbouwen.

Label je donatie

Stel, je wilt geld doneren aan een goed doel, maar alleen aan dat ene waterproject in Kenia. Via het blockchainsysteem kun je er dan voor zorgen dat jouw centen gelabeld worden en alleen daaraan uitgegeven kunnen worden. Het goede doel kan er niet omheen.

Compleet nieuw systeem

Blockchaintechnologie is dus eigenlijk een compleet nieuw systeem dat niet past op hoe we de processen in onze samenleving nu geregeld hebben. Een organisatiemodel dat zorgt voor meer transparantie. Want alhoewel je persoonsgegevens privé zijn, zijn de transacties die je doet, openbaar in te zien. Tussenpersonen, zoals banken die voor jou regelen dat je geld naar iemand kunt overmaken, zijn irrelevant in dit systeem, want het systeem regelt die controle zelf. Het zal nog wel even duren voor de genoemde voorbeelden waarheid worden. De andere optie is een nieuw proces bedenken dat al past op het blockchainsysteem. Dat deed de bedenker van de bitcoin.

Bitcoins: uitwisselen van valuta

De bitcoin is een volledig digitaal betaalmiddel en er is geen bank die het beheer erover heeft. De anonieme bedenker bedacht dit ten tijde van de kredietcrisis (met daarin de hoofdrol voor banken), die van 2007 tot in 2011 duurde. Hij of zij wilde zonder banken valuta kunnen uitwisselen en zag dat het blockchainsysteem de oplossing was. Je verstuurt je bitcoins van persoon tot persoon. Vergelijkbaar met peer-to-peer-netwerken waar je (al dan niet illegaal) muziek, films of andere bestanden kunt uitwisselen. Maar dan met bitcoins. Hier een uitleg van 1,5 minuut:

Ongelooflijk maar waar: een Nederlandse familie gelooft zo heilig in de bitcoin, dat ze al hun bezittingen hebben verkocht en geïnvesteerd in bitcoins. In de hoop dat ze van de stijgende waarde en het handelen in deze digitale valuta kunnen leven. De man des huizes verklaart de verkoop als een soort antikapitalistische stap (‘zoveel spullen heb je gewoon niet nodig’) maar vermengt het tegelijkertijd met een juist kapitalistisch handelen in valuta. Dat is namelijk waar hij het brood mee verdient dat nog wel op de opklaptafel van hun stacaravan moet komen. Klonk wat tegenstrijdig, maar kijk en luister vooral zelf:

Blockchaintechnologie: de gewone mens aan de macht

Gaat blockchaintechnologie ons vooruit helpen? Ik denk van wel. In deze tijden van de Big Five (nee, niet dat Afrikaanse wild) die alles van je weten, de ongekende hoeveelheden data die ze ter beschikking hebben, je privacy die met de dag afbrokkelt, heb ik wel behoefte aan een technologie waarbij ík kan bepalen wie wat van mij te zien krijgt. De gewone mens krijgt de zeggenschap over zijn persoonlijke gegevens weer terug! Dus kom maar op met die blockchain-apps!

Luister onze podcast over de Nieuwe Waarheid met Peter van der Graaf, waarin we het ook kort over blockchaintechnologie hebben als oplossing voor de problemen waar we nu voor staan.

Fotocredits: Berkshire Community College

Micro-targeting: Direct Marketing on steroids?

Micro-targeting: Direct Marketing on steroids?

7–11 minuten leestijd

 

Je leest er tegenwoordig steeds vaker over: we worden beïnvloed in onze keuze tijdens de verkiezingen (al schijnt dit in Nederland (€) nog wel mee te vallen). In de media, zoals het artikel van NRC (€) of de site van NOS, wordt dit Micro-targeting genoemd. Maar wat is dat nu precies? Ik denk dat Direct Marketing (DM) on steroids een duidelijkere en betere omschrijving is.

DM, sinds 1872

DM: het benaderen van klanten en potentiële klanten met gerichte, en als het kan, persoonlijke boodschappen. 20 jaar geleden was targeting op postcode revolutionair. 10 jaar geleden kwam de volgende stap: targeting op huishoudniveau; de postcodes werden verrijkt met psychografische data. En nu? Nu hebben we big data, verzameld door de wereld aan partijen waarvan Facebook, Google en de overheid in Nederland de grootste zijn en waarmee nóg gerichter boodschappen aan mensen verzonden en getoond kunnen worden. Niet alleen via de papieren krant, tijdschrift en post, radio, tv via de ether en kabel. Maar nóg meer in your face via internet, sociale kanalen en e-mail. DM on steroids.

Hoe het ooit begon

De eerste gebruikers van DM, en dan met name de technieken die daar toentertijd bij hoorden, waren de postorderbedrijven. Het idee kwam van de Amerikaan Montgomery Ward. In 1872 stuurde hij zijn klanten, voornamelijk boeren op het platteland, een prijslijst toe van de producten die hij verkocht. Én, dat was toen al handig, hij zorgde ervoor dat de bestelde producten thuis werden afgeleverd. Ook in Nederland maakte de postorderbedrijven in de 19de eeuw al gebruik van directmarketingtechnieken zoals direct mail, direct-response-advertenties en catalogi. Je zou bijna denken dat er dus niet zo gek veel veranderd is, op de manier van bestellen (via internet), het vervoeren (een veel breder en sneller scala) en de verfijning van de targeting na.

De term Direct Marketing werd overigens pas in 1967 gebruikt door reclameman Lester Wunderman.

Definitie Direct Marketing:

“Volgens het NIMA is het kenmerkend voor direct marketing dat de afzender zich richt op het verkrijgen en onderhouden van een directe en structurele relatie met zijn afnemers.[2] Daarbij benadert het bedrijf de (beoogde) klant rechtstreeks, via bijvoorbeeld geadresseerde post (direct mail), telefoon (ook telemarketing of telebusiness genoemd), e-mail of social media.
Typerend voor direct marketing is ook dat het gericht is op het verkrijgen van een reactie van de (beoogde) klant. Een klassiek voorbeeld is de advertentie met een coupon, waarmee de lezer wordt gestimuleerd om te reageren. Maar ook tv-commercials die de kijker oproepen om in actie te komen en bijvoorbeeld informatie op te vragen, vallen in deze categorie. Hierdoor is het mogelijk om de effectiviteit van een campagne te bepalen, omdat relatief eenvoudig gemeten kan worden hoe groot de respons is.
Een ander belangrijk aspect van direct marketing is het meten van het gedrag van de klant. Op basis van individuele gegevens kan men inzicht krijgen in de preferenties van de klant, om zo in te spelen om de vragen van de klant en het kopen van een product of dienst zo makkelijk mogelijk te maken.”

Bron: Wikipedia

Van met de bobbel naar in de bubbel

In het tijdperk vóór Facebook en Google (nog maar 10 jaar geleden) werden we benaderd door bedrijven en politieke partijen met enveloppen met een boodschap. Soms met een bobbel in de envelop in de hoop dat we nieuwsgierig genoeg waren de envelop te openen. Of we het daadwerkelijk gelezen hadden, bleef lang de million dollar question, tenzij je gebruik maakte van een coupon of speciaal telefoonnummer. Het was toch nog een beetje schieten met hagel. Maar iets was beter dan niets, je kon in ieder geval een relatie opbouwen met je klanten, als ze niet in je winkel waren.

Tegenwoordig gaat dat benaderen, of targeting, ‘gewoon’ met een Facebook-bericht in je tijdlijn of reclame in Google’s zoekresultaten. Deze partijen, en ook de overheid, weten veel van je, héél veel. Clickbait-titels, de nieuwe bobbel in de envelop, worden daarbij ook nog altijd gretig ingezet om er voor te zorgen dat we de berichten gaan lezen.

Clickbait is de nieuwe bobbel

Een droom die werkelijkheid wordt

DM was in de jaren ‘60 nog maar het begin. Toen was de droom om mensen, klanten en potentiële klanten niet alleen direct te benaderen, maar ook echt gericht en persoonlijk. Die droom is met behulp van grootmachten in de dataverzameling Facebook en Google en algoritmen nu écht binnen handbereik.

Maar hoe zit het dan met die Facebook-gegevens?

Er wordt vaak geschreven dat jij het product bent zodra iets gratis is. Gratis bestaat niet, er moet altijd iets voor terugkomen. Bij Facebook en Google zijn dat jouw gegevens. En die gegevens verkopen Facebook en consorten met alle liefde aan partijen die daarvoor betalen. Jouw gegevens, weet je nog, die je gratis weggeeft om gebruik te maken van Facebook en Google…

En laat Facebook en Google nu een van de laatste puzzelstukjes in huis hebben om de DM-droom écht waar te maken. Écht direct en persoonlijk communiceren.

De campagne van de Correspondent om het boek ‘Je hebt wél iets te verbergen’ van Dimitri Tokmetzis en Maurits Martijn te promoten laat goed zien hoe Facebook gebruikt kan worden om klanten en potentiële klanten direct én persoonlijk te benaderen. De een zal het creepy en scary vinden. De andere supertof dat hij nu (eindelijk) iets tegenkomt wat precies in zijn straatje past.

creepy advertenties

Marc Heijink schreef hier overigens ook een interessant artikel over voor NRC: Hoe Facebook advertenties heel precies op maat maakt (€).

Maar er is een groot verschil binnen de micro-targeting

DM gaat om het identificeren van klanten waarbij je de grootste kans hebt dat zij je product zullen kopen.

Vervang mensen door stemgerechtigden en product door partij en je hebt in het kort het beïnvloedingsverhaal van de verkiezingen. En dat is weer meer Public Relations, om het nog iets ingewikkelder te maken.

verschil marketing, advertising, PR, branding

Een veelgebruikt beeld, vooral in de marketing- en communicatiehoek, de maker is mij helaas onbekend.

Campagnetijd

Politieke partijen, ongeacht welke en in welk land, droomden er altijd al van om stemgerechtigden te kunnen identificeren. Want hoe handig zou het zijn als je weet bij wie de kans het grootst is dat zij op jouw kandidaat stemmen? Of als je wist wie het makkelijkste over te halen zijn?

Internet maakt dit mogelijk. Met micro-targeting. Zie ook de definitie van micro-targeting op Wikipedia:

“Microtargeting is the use by political parties and election campaigns of direct marketing datamining techniques that involve predictive market segmentation (aka cluster analysis). It is used by United States Republican and Democratic political parties and candidates to track individual voters and identify potential supporters. The term “microtargeting” was coined in 2002 by political consultant Alexander P. Gage[1][2].
They then use various means of communication—direct mail, phone calls, home visits, television, radio, web advertising, email, text messaging, etc.—to communicate with voters, crafting messages to build support for fundraising, campaign events, volunteering, and eventually to turn them out to the polls on electionday. Microtargeting’s tactics rely on transmitting a tailored message to a subgroup of the electorate on the basis of unique information about that subgroup.”

En onder het kopje ‘Method’ staat precies wat ik bedoel met DM on steriods:

“Microtargeting is a modification of a practice used by commercial direct marketers. It would not be possible on a large scale without the development of large and sophisticated databases that contain data about as many voters as possible. The database essentially tracks voter habits in the same ways that companies like Visa track consumer spending habits.(…)”

Een verschil?

Op zich verschillen PR en marketing dus niet zo gek veel van elkaar. Beide zijn er op uit mensen te beïnvloeden. Een belangrijk verschil is wát er beïnvloed wordt en door wie. Reclame focust zich op het beïnvloeden van het koopgedrag van mensen, verkoop dus. Propaganda wil dat de burger een bepaalde partij kiest of in een bepaalde richting actief wordt. Het wordt gebruikt door politieke partijen, overheden en actiegroepen. Propaganda valt dus meer onder PR. Verder wordt propaganda vaak geassocieerd met iets negatiefs. Dit komt waarschijnlijk door de oorlogspropaganda die in Nederland bekendheid kreeg door de Tweede Wereldoorlog. Het doel van propaganda, en zeker in oorlogstijden, is het opstoken en misleiden van de mensenmassa.

“Propaganda is een vorm van communicatie waarbij door de belanghebbende partij wordt getracht aanhangers voor haar gedachtegoed te winnen door het bespelen van de publieke opinie. Dit wordt bewerkstelligd door het bewust verspreiden van eenzijdige en/of verzonnen informatie.”

Bron: Wikipedia

Klinkt bekend hè? ‘…het bewust verspreiden van eenzijdige en/of verzonnen informatie.’ De Trumpcampagne, de Brexit en laten we Facebook niet vergeten die daar ook meerdere malen van beschuldigd wordt.

Een naam die iedereen begrijpt

De een noemt het PR, de ander propaganda en weer een ander heeft het over micro-targeting. Als we het beestje bij de naam noemen kunnen we dat beter doen met een term die we al langer kennen (en waar we ons al langer aan ergeren). Direct Marketing. Aangezien we de fase van DM 2.0 allang voorbij zijn, pleit ik voor DM on steroids. ‘Ontstaan’ vanuit de directmarketingtechnieken waarmee je direct en persoonlijk benaderd wordt. Verfijnd met nieuwe technologische mogelijkheden zoals big data en artificial intelligence. Hoeven we ook geen aparte namen meer te bedenken voor de politieke en commerciële variant van benaderen op deze manier.

DM on steroids it is.

Over hoe dat nu precies werkt, dat micro-targeting en hoe je je hiertegen kunt wapenen, lees je in een latere blog of podcast meer.

Over meegroeien met veranderend gedrag

Over meegroeien met veranderend gedrag

2 minuten leestijd

Op de site van Nederlands MediaNieuws vond ik een bericht met de titel ‘De Persgroep gaat dagbladen publiceren in Virtual Reality – einde van de papieren krant’.

Néééé!

Een titel waarvan ik meteen dacht ‘hè get, nee toch?’. Gelukkig was het ‘gewoon’ clickbait. Want waar gaat het artikel over? Het gaat over De Persgroep die campagne voert. Ze wil laten zien dat ze zowel de digitale wereld als het printproduct omarmt. Volgens CEO van Thillo is het echt beide, Hij gelooft in het printproduct dagblad. Dat vind ik toch wel een geruststelling. Ik ben gek op papier.

Briljante filmpjes

Voor de filmpjes ben ik echt ‘gevallen’. Een filmpje over een real-life adblocker (TBWA) en een ‘promo’ filmpje van de krant in Virtual Reality (gemaakt door Natwerk).

Live Adblocking

Whatever the format, news will always grab your attention

Het draait om aandacht

Nu denk ik dat het laatste filmpje zelfs nu al mogelijk zou zijn, of in ieder geval bijna, met alle snelle ontwikkelingen. Het kost een bom duiten en het sluit je nog meer af van je omgeving dan nu al gebeurt als je aan het phubben bent op je telefoon. Daarbij is het ook de vraag of je dit wilt, als krant en als mens. Gelukkig zegt Willem-Albert Bol, Manager Marketing Advertising bij de Persgroep Nederland dat zij, met het laatste filmpje (een mockumentary, een documentaire met een twist) willen laten zien dat ze nieuwe technologie omarmen maar dat dat geen doel op zich is. De persgroep wil “laten zien dat nieuws, in welke vorm dan ook, altijd aandacht krijgt.”

Ook ik ben gek op nieuwe technologie, maar niet met alles. Voor nu zie ik nog niet helemaal wat virtual reality überhaupt aan mijn leven zou toevoegen. Maar hé, niets veranderlijker dan de mens toch?